Wat is optometrie?


Optometrie is de wetenschap van het zien. We beschouwen het zien als een leerproces. Wanneer een kind leert stappen, zal het eerst kruipen, dan staan en nadien stappen met hulp om uiteindelijk zelfstandig te stappen. Een gelijkaardig proces doet zich voor bij de ontwikkeling van het zien. De ene visuele vaardigheid is een bouwsteen voor de volgende, alles verloopt stap voor stap volgens een welbepaalde ontwikkelingslijn. Soms wordt een stap overgeslagen of wordt de ontwikkeling niet volledig doorlopen. Tekorten op het vlak van visuele vaardigheden, maken dat het zien, de informatieverwerking niet efficiënt verloopt. Dit kan als gevolg hebben dat eenvoudige taken beduidend meer energie vragen dan nodig. Bij veel kinderen zijn de visuele vaardigheden niet verworven op het niveau dat nodig is voor het schoolse leren. Hierdoor kunnen de schoolse prestaties negatief beïnvloed worden. Ook al is het zicht 10/10, toch kunnen andere factoren de informatieverwerking negatief beïnvloeden.


Eerst moeten we het verschil tussen zicht en zien duidelijk maken.

  • Zicht is aangeboren, het is een reflexmatige reactie op een lichtprikkel. Een lichtprikkel komt binnen via het oog en zal op het netvlies een prikkel veroorzaken. Deze prikkel wordt dan omgezet tot neurale energie. Het zicht wordt ook wel de input genoemd.
  • Zien is aangeleerd. Het staat in voor de verwerking van het zicht. De input krijgt een betekenis, daarom wordt het zien ook wel output genoemd. Het zien wordt opgedeeld in verschillende visuele vaardigheden, zoals visueeltechnische, visuomotorische en visuoperceptuele vaardigheden.


Het is niet omdat je zicht 10/10 is en je alles goed ziet, dat je ook comfortabel en efficiënt ziet. Ook als je 10/10 ziet, kan langdurig nabijwerk en voortdurende visuele stress tot aanhoudende klachten leiden (zie ‘observatie’). Een 10/10 gezichtsscherpte staat niet per se gelijk aan een goeie visuele ontplooiing.


Visuele vaardigheden


Visueel technische vaardigheden:

  • Gezichtsscherpte: er zal nagekeken worden of de persoon al dan niet voldoende ziet (met en/of zonder bril). Eventueel zal een brilcorrectie aangeraden worden om de gezichtsscherpte te optimaliseren.
  • Oogbewegingen: er bestaan 3 verschillende types. We hebben de volgbewegingen, deze zorgen ervoor dat we een bewegend voorwerp kunnen volgen. Daarnaast hebben we de sprongbewegingen of saccaden, deze zorgen ervoor dat onze ogen in staat zijn om kleine sprongen te maken bijvoorbeeld van woord naar woord. De sprongbewegingen zijn dus uitermate belangrijk bij het lezen, het ondermaats scoren van de sprongbewegingen kan een negatief gevolg hebben op het leesproces. En als laatste hebben we de ver/nabij fixaties, deze zorgen ervoor dat onze ogen in staat zijn om van een punt nabij naar een punt veraf te springen. Bijvoorbeeld het kijken naar het bord en dan naar jouw boek.
  • Oogsamenwerking: Het vermogen om beide ogen samen te gebruiken op een accurate manier. De ogen kunnen overconvergent of onderconvergent zijn. Als er overconvergentie te vinden is, dan hebben de ogen de neiging om dichter af te lijnen dan waar de informatie te vinden is. Wanneer er onderconvergentie opgemerkt wordt dan hebben de ogen de neiging om verder af te lijnen dan waar de informatie te vinden is. De oogsamenwerking op zich gaat het dieptezicht (reliëf zien) bepalen.
  • Scherpstelling: het soepel scherpstellen op verschillende afstanden, bijvoorbeeld als je van je boek naar het bord kijkt of omgekeerd. Kan de ooglens dan snel aanpassen?


Visueel perceptuele vaardigheden:

  • Visuele discriminatie: kleine verschillen kunnen waarnemen
  • Visueel geheugen: het louter visueel onthouden van wat aangeboden werd
  • Visueel sequentieel geheugen: het onthouden van wat aangeboden werd in een correcte volgorde
  • Visuele vormconstantie: dezelfde vorm kunnen herkennen in een wisselende weergave
  • Visuele figuurgrondwaarneming: de belangrijk informatie halen uit een drukke achtergrond
  • Visuele sluiting: gedeeltelijk weergegeven informatie visueel kunnen vervolledigen
  • Visuele ruimtelijke relaties: het opmerken van oriëntatieverschillen


Visuo – motorische vaardigheden:

Het motorisch kunnen weergeven wat visueel werd waargenomen. De visuo – motorische vaardigheden kunnen opgedeeld worden in grove visuo – motoriek (vb. balvaardigheid) en fijne visuo – motoriek (vb. schrijven)


Optometrisch onderzoek


Tijdens een optometrisch onderzoek kijken we verder dan alleen naar het zicht, we gaan het zien evalueren. Tijdens het onderzoek kijken we naar de gehele persoon dus ook naar houding,  positie voeten, .... om zo een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het functioneren van het visueel systeem.  

We kijken alle visueel technische vaardigheden na, indien nodig bekijken ook de visueel perceptuele en visuo - motorische vaardigheden. 

Voor jongeren onder 16j is een voorschrift verplicht van de oogarts. 


Visuele training


Heel wat visuele vaardigheden kunnen getraind worden. Niet alleen de gezichtsscherpte, maar ook visueel technische vaardigheden zoals oogbewegingen, scherpstelling en oogsamenwerking kunnen worden geoptimaliseerd. De visuele waarneming, visuomotorische vaardigheden kunnen ook getraind worden indien nodig. Hiervoor een steeds een voorschrift nodig van de oogarts.




Optometristen zijn geen oogartsen. Voor oogziekten neem je best contact op met je oogarts.

Bij twijfel zal onmiddellijk doorverwezen worden naar een oogarts.